Het uitzetten van vis was tot enkele tientallen jaren geleden de enige mogelijkheid om de visstand in het water te verbeteren. Deze vorm van visstandbeheer was in die tijd het belangrijkste instrument van de sportvisserij organisaties. De uitzettingen hadden vooral betrekking op de voor hengelaars aantrekkelijke vissoorten. Het uitzetten van vis is in de meeste wateren niet meer nodig, om een betere visstand te krijgen. Wel dient er te worden gekeken of van een bepaalde soort geen tekort of juist een overschot aanwezig is. Deze vis wordt dan weer aangevuld of juist van een betreffend water verwijderd.
Dit aanvullen van vis gebeurt vaak uit een ander water, maar als een bepaald soort in een ander water niet rijkelijk aanwezig is dan kopen wij deze vissoort.
De vangst gegevens worden per opvissen in een computer bijgehouden. Maar ook als er een wedstrijd wordt gevist in een "betrekkelijk" klein water, vb: tijdens de zomeravond dan krijg je een goede indruk van de visstand. Ook deze gegevens worden meegenomen in het bestand. Tijdens warme zomeravonden krijg je een goed inzicht van wat er in een water zwemt, daar de vissen zich hoog in het water bevinden. Ook dit wordt meegenomen in het bestand.